Ga naar de hoofdinhoud
Home Beleggen Beleggen en de belasting

Beleggen en de belasting

Wat moet je weten als je vermogen opbouwt in 'box 3'?

Heb je spaargeld, beleggingen of een tweede woning? Dan betaal je mogelijk belasting over je vermogen in 'box 3'. De regels hiervoor zijn de afgelopen jaren veranderd en gaan vanaf 2028 nog meer veranderen. Hier lees je wat dit inhoudt.

Hoe berekent de Belastingdienst nu jouw (fictieve) rendement?

Wat is 'box 3'?

In Nederland betaal je belasting over je vermogen in Box 3 van de inkomstenbelasting. Dat vermogen bestaat bijvoorbeeld uit:

  • Spaargeld
  • Beleggingen, zoals bij Doelgericht beleggen en Werknemersbeleggen van a.s.r. vooruit
  • Een tweede woning of vakantiehuis (niet de woning waar je zelf permanent in woont)
  • Cryptovaluta

Fictief rendement of werkelijk rendement

De Belastingdienst rekent in principe (nog) niet met de echte inkomsten (ontvangen rente, huur, dividend) en niet met de echte winst die je behaalt (je rendement), maar met 'fictieve' rendementen. Dat zijn percentages die de overheid baseert op basis van gemiddelde opbrengsten uit spaargeld en beleggingen.

Maar let op: je kunt aangeven dat je wilt dat de Belastingdienst rekent met het werkelijk door jou behaalde rendement. Dat moet je dan zelf opgeven. Vanaf 2025 kan dat direct bij je (online) aangifte. De Belastingdienst kiest dan uiteindelijk voor de voor jou meest gunstige situatie: het fictieve rendement of het werkelijke rendement. Kijk voor meer informatie op Belastingdienst.nl. Daar vind je ook een checklist of en hoe je het werkelijke rendement mag opgeven.

Schulden
Ook als je schulden hebt in box 3 wordt daar fictief rendement over berekend. Schulden komen alleen in aanmerking boven een bepaalde drempel: € 3.800 of het dubbele, € 7.600 als je een (fiscale) partner hebt.

Geen belasting: heffingsvrij vermogen

Je hoeft niet over je hele vermogen belasting te betalen. Iedereen heeft een heffingsvrij vermogen: een bedrag waarover je geen belasting betaalt.

  • In 2025 is dit € 57.684 per persoon
  • In 2026 is dit € 51.396 per persoon
  • Heb je een fiscale partner? Dan geldt samen het dubbele bedrag.

Je betaalt dus pas belasting over het deel van je vermogen boven deze grens. 
Voorbeeld: Heb je in 2025 € 70.000 aan spaargeld en beleggingen, dan betaal je belasting over (€ 70.00-57.684=) € 12.316.

Vanaf 2028 verandert dit. Kijk bij 'Nieuwe belastingregels vanaf 2028'

Deze fictieve rendementen gebruikt de Belastingdienst in 2025

De percentages voor de fictieve rendementen voor het jaar 2025 zijn:

  • spaargeld, banktegoeden: 1,37%*
  • overige bezittingen (beleggingen, tweede woning): 5,88% (definitief)
  • schulden: 2,70%*

    * deze percentages zijn begin 2026 vastgesteld.

Een rekenvoorbeeld: het vermogen van Bart in 2025 

Stel: Bart woont alleen en heeft in 2025 € 40.000 spaargeld en € 30.000 beleggingen. Bart heeft geen schulden in box 3.

Het fictieve rendement voor sparen stellen we op 1,37%.
Voor beleggen is het fictieve rendement in 2025: 5,88%.

  1. Stap 1: wat is het belastbaar rendement?
    Je neemt 1,37% over € 40.000 = € 548 voor het spaargeld
    Je neemt 5,88% over € 30.000 = € 1.764 voor de beleggingen

    Het belastbaar rendement is de som van € 548 + € 1.764  = € 2.312.

  2. Stap 2: wat is de rendementsgrondslag?
    De rendementsgrondslag is bezittingen min de schulden. Bart heeft geen schulden* dus zijn rendementsgrondslag is € 70.000.

    *heb je een koophuis waar een hypotheek op zit, waar je zelf woont? Dan telt dat niet mee als schuld. Hypothecaire geldleningen voor de eigen woning vallen namelijk in Box 1.

  3. Stap 3: wat is de grondslag van sparen en beleggen?
    Je haalt het heffingsvrije vermogen van het gespaarde en belegde vermogen van Bart af. De uitkomst is de ‘grondslag’ van sparen en beleggen:
    € 70.000 - € 57.864 = € 12.316.

  4. Stap 4: wat is het aandeel van Bart in de rendementsgrondslag?
    Het aandeel in de rendementsgrondslag van Bart is de grondslag van sparen en beleggen (stap 3) gedeeld door de rendementsgrondslag (stap 2) vermenigvuldigd x 100. 
    Het aandeel in de rendementsgrondslag is: (€ 12.316 / € 70.000) x 100 = 17,6%

  5. Stap 5: wat is het voordeel dat Bart behaalt uit sparen en beleggen?
    Het voordeel dat Bart uit zijn gespaarde en belegde vermogen haalt, is het ‘belastbaar rendement’ (stap 1) vermenigvuldigd met het aandeel in de rendementsgrondslag (stap 4):
    € 2.312 x 17,6% = € 407.

  6. Stap 6: hoeveel belasting moet Bart daadwerkelijk betalen in box 3?
    Het voordeel uit sparen en beleggen (stap 5) moet worden vermenigvuldigd met het belastingtarief van 36% in box 3: 36% x € 407 = € 146

 

Nieuwe belastingregels vanaf 2028

De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met de 'Wet werkelijk rendement box 3'. Kort samenvatting van deze wet: vanaf 2028 betaal je geen belasting meer over een fictief rendement, zoals nu het geval is, maar altijd over het werkelijk behaalde rendement. Dat betekent dat je belasting betaalt over de behaalde inkomsten uit je vermogen.  Dat kan het rendement of de (spaar)rente zijn, maar ook het dividend.

Bij de nieuwe regels geldt er geen belastingvrije drempel meer op basis van de hoogte van vermogen, maar op basis van de hoogte van rendement. Nu hoef je nog bij een vermogen in box 3 geen belasting te betalen als dat vermogen lager is dan  € 51.396 in 2026. Vanaf 2028 wordt dat heel anders: dan heb je een vrijstelling voor de eerste  €1.800 die je aan rendement behaalt.

Een simpel voorbeeld: stel dat je in 2028 een vermogen hebt van € 40.000 en achteraf blijkt dat je daar 7% rendement op hebt behaald, dus € 2.800. Dan moet je belasting betalen over € 2.800 - € 1.800 = € 1.000. Het belastingtarief blijft vooralsnog 36%. Je betaalt dan dus € 360 belasting (= 36% van € 1.000). 

Nu (in 2026) is het nog zo dat je bij een vermogen in box 3 van € 40.000 helemaal geen belasting betaalt omdat je onder de vermogensdrempel zit van € 51.396.

Kort nadat de Tweede Kamer had ingestemd met de regels, gaf minister Heinen, na kritiek van beleggers, aan dat de wet opnieuw bekeken moet worden. Wel is het zo goed als zeker dat er vanaf 2028 echt iets gaat veranderen. 
Kijk voor actuele informatie over de Wet werkelijk rendement box 3 op overheid.nl

Let op: beleg je in een lijfrentebeleggingsrekening? Dan zijn deze regels niet van toepassing, omdat vermogen in een lijfrente onder box 1 valt.

Kun je belasting terugvragen?

Wat is rechtsherstel?

Heb je een beleggingsrekening of een tweede woning? Dan kun je mogelijk geld terugkrijgen als je te veel belasting hebt betaald.

In 2021 oordeelde de Hoge Raad namelijk dat de oude manier van belasting heffen in box 3 oneerlijk was. Over spaargeld betaalde je net zoveel belasting als over beleggingen. Mensen die weinig rendement haalden, betaalden soms te veel belasting. Daarom krijgen mensen met vermogen in de jaren 2017 tot en met 2022 een vorm van herstel: het rechtsherstel. De Belastingdienst berekent de belasting dan opnieuw, maar nu met de werkelijke verdeling tussen spaargeld, beleggingen en schulden.

Wat is de overbruggingswetgeving?

Voor de jaren 2023 tot en met 2027 geldt een overgangsregeling: de overbruggingswetgeving. Deze regeling rekent nog steeds met fictieve rendementen, maar die sluiten beter aan bij de werkelijkheid.

  • Spaargeld krijgt een lager fictief rendement
  • Beleggingen en onroerend goed (2e huis) tellen zwaarder mee
  • Schulden boven de drempel tellen zwaarder mee

Vanaf 2028 komt er een nieuw belastingstelsel waarin de belasting meer wordt gebaseerd op het rendement dat je echt hebt behaald.

Wat kun je doen als je minder rendement hebt behaald?

Het kan gebeuren dat je in 2025 minder rendement hebt behaald op je beleggingen dan het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekent. In dat geval kun je gebruik maken van de ‘tegenbewijsregeling’. Over 2025 is het voor het eerst mogelijk direct bij de aangifte een keuze te maken tussen het inkomen op basis van fictief rendement of het werkelijk rendement als dit lager is. Met deze regeling mag je laten zien hoeveel rendement je werkelijk hebt behaald. Als dit lager is dan het fictieve rendement, kan de Belastingdienst jouw box 3-inkomen verlagen. Daardoor betaal je minder belasting.

Wat heb je nodig om tegenbewijs te leveren?
Je moet inloggen bij de Belastingdienst en in je persoonlijke omgeving het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ je werkelijke inkomsten berekenen. Daarbij heb je de volgende gegevens nodig:

  • De waarde van je beleggingen op 1 januari en 31 december 2025
  • Een overzicht van alle keren dat je in 2025 geld hebt gestort of ingelegd op een spaar- of beleggingsrekening én alle keren dat je geld hebt opgenomen of beleggingen hebt verkocht. Per keer vermeld je de hoogte van de storting/inleg of opname/verkoop.  
  • De opbrengsten uit beleggingen (zoals dividend of rente)

Via het formulier wordt je werkelijke rendement berekend. Als dit lager is dan je inkomsten  volgens het fictief rendement kun je kiezen voor het werkelijke rendement. 
Het is daarom verstandig om de jaaroverzichten van je beleggingsrekening(en) goed te bewaren. Die gegevens heb je nodig als je gebruik wilt maken van de tegenbewijsregeling.

Wat betekent dit voor jouw beleggingsrekening bij a.s.r. vooruit?

  • Voor de jaren 2017 tot en met 2022 kun je via het rechtsherstel een aanpassing of teruggaaf krijgen. Voor 2017 tot en met 2020 heeft dit alleen zin als je eerder tijdig bezwaar hebt gemaakt. Doelgericht beleggen bestaat sinds 2021.
  • Voor de jaren 2023 tot en met 2027 geldt de overbruggingswetgeving. Heb je minder rendement behaald dan het fictief rendement? Dan kun je via de Belastingdienst het formulier Opgaaf werkelijk rendement invullen.

Heb je minder rendement behaald dan het fictieve percentage? Dan kun je via de tegenbewijsregeling aantonen wat je echt hebt verdiend.
Je ontvangt jaarlijks een overzicht van a.s.r. vooruit met de waarde en het rendement van je beleggingsrekening. Dat overzicht helpt je te controleren of de Belastingdienst de juiste bedragen heeft gebruikt. Heb je nog andere beleggingen? Dan moet je het rendement van die beleggingen uiteraard meenemen in je berekening.

Financieel overzicht
Je hebt begin februari 2026 een financieel overzicht van a.s.r. vooruit ontvangen met de waarde en het rendement van je beleggingsrekening in 2025. Dat overzicht helpt je te controleren of de Belastingdienst de juiste bedragen heeft gebruikt. Eerdere overzichten kun je terugvinden in je beleggingsportaal bij 'Documenten'. Heb je nog andere beleggingen? Dan moet je het rendement van die beleggingen uiteraard meenemen in je berekening.

Tot slot

  • Denk je dat je in aanmerking komt voor rechtsherstel? Controleer dan je belastingaanslagen over de jaren 2017 tot en met 2022. Voor 2017 tot en met 2020 heeft dit alleen zin als je eerder tijdig bezwaar hebt gemaakt. Er loopt momenteel wel nog een juridische procedure bij de Hoge Raad, de ‘Massaal bezwaar plus’-procedure. Mocht de Hoge Raad oordelen dat iedere belegger in aanmerking komt voor rechtsherstel, dan bericht de Belastingdienst je daar over.

  • Je hebt per belastingjaar al een brief van de Belastingdienst met het fictieve rendement.

  • Bewaar altijd je jaaroverzichten, dividenduitkeringen en gegevens van je tweede woning.

  • Vraag advies aan je belastingadviseur als je niet zeker weet of je recht hebt op rechtsherstel of de tegenbewijsregeling.

Wil je meer weten over het rechtsherstel, de overbruggingswetgeving en de belasting? Kijk dan op de site van de  overheid of  de Belastingdienst.

Heb je vragen over beleggen?
Neem contact met ons op of maak een belafspraak

We mogen je alleen geen beleggings-, pensioen- of fiscaal advies geven.